Repertoire

Inhoudsopgave repertoire
1. Mooie stad aan de Schie
2. Als de Klok van Arnemuiden
3. Roosje m’n roosje
4. Ach Vaderlief
5. Margrietje
6. Tulpen uit Amsterdam
7. ’t Broekie van Jantje
8. Ik hou van Holland
9. Daar bij die Molen
10. Johnny
11. Me wiegie was
12. Aan de voet van die mooie Wester
13. Als sterren aan de hemel staan|
14. Het dorp
15. ’t Kleine café aan de haven
16. De clown
17. Spiegelbeeld
18. Kleine Greetje uit de polder
19. Ritme van de regen
20. Bloedrode kralen
21. Peter (Sweet Sixteen)
22. O Johnny zing een liedje voor mij alleen
23. Aan de Amsterdamse grachten
24 Aan het strand stil en verlaten
25. De Noorderzon scheen
26. La Mamma
27. Indische Medley
28. Daar bij de waterkant
29. Een beetje verliefd
30. Huilen is voor jou te laat
31. Dans nog eenmaal met mij
32. Ketelbinkie
33. Weet je nog wel, die avond in de regen
34. Als de nacht verdwijnt
35. Witte rozen
36. Omdat ik zoveel van je hou
37. De glimlach van een kind
38. Dromen zijn bedrog
39. Pastorale
40. Toen was geluk heel gewoon
41. Wilde orchidee
42. Droomland
43. Diep in mijn hart
44. Potpourri
45. Hoe je heette dat ben ik vergeten
46. Ik zing dit lied voor jou alleen
47. Zuiderzeeballade
48. Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
49. Op een mooie Pinksterdag
50. Niemand laat zijn eigen kind alleen
1. MOOIE STAD AAN DE SCHIE
Ga ik door jouw oude straten
De grachten of Agathaplein
Dan loop ik weer te genieten
Van de dingen die er zijn
Zie ik daar de Oude Jan staan
Door de jaren scheef gezakt
Dan ben ik daar nog heel trots op
Op die fijne binnenstad

Refrein:
Mooie stad aan de Schie
Wanneer ik jou weer zie
Gaat mij hart wat sneller slaan
Stad van de prinsen en het Delfts blauw
Wie jou gezien heeft vergeet dan niet gauw
Jij bent een juweel, zo zijn er niet veel
Mijn Delft, mooie stad aan de Schie

Op het marktplein staat te pronken
De Nieuwe kerk zo hoog en slank
Klokken spelen een leuk wijsje
Zingen met kristallen klank
Even verder een terrasje
Op die mooie Beestenmarkt
En dan drink ik daar een pilsje
Op die fijne binnenstad

Refrein

Accordeon ------? koor: la la la
Jij bent een juweel, zo zijn er niet veel
Mijn Delft, mooie stad aan de Schie

2. ALS DE KLOK VAN ARNEMUIDEN
Refrein:
Als de klok van Arnemuiden
Welkom thuis voor ons zal luiden
Wordt de vreugde som vermengd met droefenis
Als een schip op zee gebleven is

Wendt het roer, we komen thuis gevaren
Rijk was de buit, maar lang en zwaar de nacht
Land in zicht en onze ogen staren
Naar de kust die lokkend op ons wacht

Refrein

Rijke zee waarvan de vissers dromen
Want jij geeft brood aan man en vrouw en kind
Wrede zee, je hebt zoveel genomen
In jouw schoot rust menig trouwe vrind

Slot: Refrein (2 x)

3. ROOSJE M’N ROOSJE
Hij vergeet nooit die eerste ontmoeting
En hij weet nog precies wat ze zei
Hij vergeet nooit toen zij in z’n armen
Voor ’t eerst zei “de liefste ben jij”
Hij vergeet nooit die nacht na de trouwdag
Haar grapjes, haar ernst en haar trouw
En hij weet nog precies hoe ze lachte
Toen hij zei “k maak een liedje voor jou”

Refrein:
Ik geef je een roosje m’n Roosje
Ik geef je een roos elke dag
En ik hou van jou, tot de wei zonder dauw
En de echo niet lacht om een lach

Ik zag ze zo vaak in ons straatje
Een oud heel tevreden lief paar
Als het strand bij de zee waren zij met z’n twee
Want ze hielden zoveel van elkaar
Ieder kind wist, van hem kreeg je dropjes
En zij gaf de kleinste een zoen
Ze schuifelden saam naar het hoekje
En hij zong z’n liedje van toen

Refrein

Nu loopt hij alleen door ’t straatje
En staat stil bij de dropjesdrogist
Hij koop daar wat snoep voor een kleintje
Dat niet weet dat hij oma zo mist
Dan plukt hij een roos uit een tuintje
Dat mag want men kent zijn verdriet
Dan zet hij die bloem bij haar steentje
En zingt dan heel zachtjes haar lied

Ik geef je een roosje m’n Roosje
Ik geef je een roos elke dag
Geen uur gaat voorbij of je bent dicht bij mij
Ik kom nu heel gauw als het mag

4. ACH VADERLIEF
Refrein:
Ach vaderlief, toe drink niet meer
Ik vroeg het al zo menige keer
Want moesje lief huilt telkens weer
Ach vaderlief, toe drink niet meer

Een moeder zit stil bij het fornuis
Aan ’t raam staat verdrietig haar kind
Want nog steeds is vader niet thuis
Omdat hij het weekloon verdrinkt
Dan rent plots het kind door de kou
En hoort in ’n kroeg vaders stem
Het pakt hem bedeesd bij z’n mouw
En vraagt dan met bevende stem

Refrein

De man stoot het kind van zich af
Dat valt met ’n smak op de grond
Dan ziet hij vol schrik tot z’n straf
’t Hoofdje is bloedend verwond
Vol schaamte brengt hij dan z’n kind
Terug naar zijn huis en z’n vrouw
Terwijl ze ’t hoofdje verbindt
Zegt vader vol innig berouw

Je vaderlief, die drinkt niet meer
Je vroeg het al zo’n menige keer
Dus moesje lief kom huil niet meer
Want vaderlief, die drinkt niet meer

SOLO ACCORDEON: 2 REGELS

Dus moesje lief kom huil niet meer
Want vaderlief, die drinkt niet meer

5. MARGRIETJE
Refrein:
Ach Margrietje de rozen zullen bloeien
Ook al zie je mij niet meer
Door je tranen heen zul jij weer lachen
Net zoals die laatste keer
En al denk je: dat komt nooit meer
Dat komt nooit, nooit meer terug
Ach Margrietje de rozen zullen bloeien
Ook al zie je mij niet meer

Zit je vaak te dromen
Kun je ’s nachts niet slapen
Denk je nog teveel aan toen
Wie zal je begrijpen
Het blijft toch van ons samen
Je kunt er niet veel meer aan doen
Je leven kan al leeg zijn
In vijf jaar kun je oud zijn
Ik weet wat je bedoelt
De zon hoeft niet te schijnen
Kinderen niet te lachen
Maar denk aan wat je hebt gevoeld

Refrein

Dan wil ik weer bij jou zijn
Met je kunnen praten
Stil zijn om wat jij zegt
Omdat jij van mij bent
Je ogen weer zien lachen
Om iets wat je niet zegt
Dan kan men wel vinden
Zoiets gebeurt wel vaker
Iedereen heeft zo’n herinnering
Die kreet zal wel terecht zijn
Het zal je niet veel helpen
Misschien als ik dit zing

Refrein

6. TULPEN UIT AMSTERDAM
Als de lente komt, dan stuur ik jou
Tulpen uit Amsterdam
Als de lente komt, pluk ik voor jou
Tulpen uit Amsterdam
Als ik wederkom, dan breng ik jou
Tulpen uit Amsterdam
Duizend gele, duizend rooie
Wensen jou het allermooiste!
Wat mijn mond niet zeggen kan
Zeggen tulpen uit Amsterdam

Jan uit de polder zei: “Antje”
Ach kind, ik mag je zo graag!
Hoe moet dat nou, liefste Antje?
Morgen ga ik naar Den Haag!
En bij de oeroude molen
Klonk onder ’n hemel zo blauw
Ik heb je zo lief en jij hebt mij lief
Ach Antje, ‘k blijf jou altijd trouw!

Als de lente, komt …………………….

7. ’t BROEKIE VAN JANTJE
Er was een eens een haveloos ventje
Dat vroeg aan z’n moeder een broek
Maar moeder verdiende geen centje
En vader was wekenlang zoek
Ach moedertje, geef me geen standje
Er zit in m’n broekie een scheur
De jongens op school roepen "Jantje”
Jouw billen die zien we d’r deur

De moeder werd ziek van de zorgen
Lag stil en bedruk in een hoek
Geen mens die haar centen wou borgen
En Jantje vroeg toch om z’n broek
Toen heeft ze haar rok uitgetrokken
De enige die ze bezat
En maakte van stukken en brokken
Een broek voor haar enige schat

Nu konden ze Jantje niet plagen
Nu waren z’n billen niet bloot
Maar voor hij z’n broekie kon dragen
Ging moeder van narigheid dood
Ze stierf van ’t sjouwen en slaven
Vervloekt en verwenst door haar man
Toen Jantje haar mee ging begraven
Toen had ie z’n broekie pas an

8. IK HOU VAN HOLLAND
Holland, met je koetjes en je weiden
Ik mag jou zo gaarne lijden
Met je molens aan de vliet
Holland, al trek ik naar vreemde stranden
En doorkruis ik alle landen
Jou vergeten doe ik niet

Refrein:
Ik hou van Holland
Landje aan de Zuiderzee
Een stukje Holland
Draag ik in m'n hart steeds mee
Daar waar die molens draaien
In hun forse kracht
En waar de bollen bloeien
In hun schoonste pracht
Ik hou van Holland
Met je bossen en je hei
Jouw blonde duinen in een bonte rij
Op heel deez’ grote aard
Al ben ‘k van huis en haard
Is ’t kleine Holland
Mij het meeste waard !

Holland, wat een schoonheid hij kan schenken
Is geen plekje te bedenken
Waar ‘k het ooit zo heerlijk vond
Denk ik aan je mooie zee en stranden
Blijf ik hou mijn hart verpanden
Al ga ik de wereld rond

Refrein:

9. DAAR BIJ DIE MOLEN
Ik weet een heerlijk plekje grond
Daar waar die molen staat
Waar ik mijn allerliefste vond
Waarvoor mijn harte slaat
Ik sprak haar voor de eerste keer
Aan d'oever van de Vliet
En sinds die tijd kom ik daar weer
Die plek vergeet ik niet

Refrein:
Daar bij die molen, die mooie molen
Daar woont het meisje waar ik zoveel van hou
Daar bij die molen, die mooie molen
Daar wil ik wonen als zij eens wordt mijn vrouw

Als in de stille avondstond
De zon ten onder ging
En ik haar bij die molen vond
In zoete mijmering
Toen fluisterde zij mij in ’t oor
O, heerlijk saam te zijn
De molen draaide lustig door
En ik zei: “liefste mijn”

Refrein

Ik zie de molen al versierd
Ter eer van 't jonge paar
Het hele dorp dat juicht en tiert
Zij leven menig jaar
En zie ik trots de molen staan
Dan zweer ik in dien stond
Nooit ga ik van die plek vandaan
Waar ik mijn vrouwtje vond

Refrein

10. JOHNNY (PATSY)
Vlak bij de haven staan heel oude huizen
Somber en donker, bouwvallig en koud
Daar woont een jongen, ze noemen hem Johnny
Hij is de jongen die veel van mij houdt

Kaal en versleten zijn Johnny z’n kleren
Ondanks die kleren hoort Johnny bij mij
Thuis wil geen mens van m’n vriendje iets weten
Toch gaat m’n liefde voor hem nooit voorbij

Johnny, ‘k hoor toch bij jou
Nooit was je mij eens ontrouw
Ook al woon je in krot
Met de huisdeur kapot
Je weet toch hoeveel ik van je hou

Iedere nacht lig ik rustloos te dromen
‘k Zie hoe je wacht in die sombere straat
Denkend dat ik niet meer bij je zal komen
Maar als ik kom is ’t misschien al te laat

Laatst vroeg een buurman heel zachtjes aan vader
Ken jij die Johnny, hij kwam wel eens hier
Die jongen is droef aan zijn einde gekomen
Gisteren vond men hem in de rivier

Johnny, ‘k hoor toch bij jou
Jij wilde nooit een ander als vrouw
M’n geluk is voorbij
Jij bent niet meer bij mij
Johnny, straks kom ik bij jou

11. ME WIEGIE WAS EEN STIJFSELKISSIE
De ooievaar kwam aangevlogen
Me moeder keek angstig omhoog
Ze was bezig koppies aan het drogen
Toen ie bij ons binnenvloog

Refrein:
Me wiegie was een stijfselkissie
Me deken was een baaien rok
Me kissie was versierd met strikkies
Me warme kruik zat in een ouwe sok

Me moeder, ze leefde heel sober
Ik kwam in een moeilijke tijd
“t Was op de achtste oktober
De ooievaar die moest me kwijt

Refrein

Veel mensen die willen niet weten
Waar of toch hun wieg heeft gestaan
Maar ik ben het echt niet vergeten
De mijne stond in de Jordaan

Refrein (2 x)

12. AAN DE VOET VAN DIE MOOIE WESTER
Ik ben er als kindje geboren
Ik heb er gestoeid en gespeeld
Ik heb er mijn hartje verloren
Ik heb er veel leed mee gedeeld
Maar waar ik ook kom op de aarde
Al is het hier ver ook vandaan
Daar zal ik ze van je vertellen
Van die mooie, de fijne Jordaan

Refrein:
Aan de voet van die mooie Wester
Heb ik vaak in gedachten gestaan
Ik heb er dikwijls staan te dromen
Van die mooie, die fijne Jordaan

Ik droom van de bruggen en grachten
De g’raniums edel van kleur
De porder in de donkere nachten
De schilleman jofel van geur
Ik hoor ze nog schreeuwen die knapen:
Van mosselen fijn in ’t zuur
’t Water dat loopt langs m’n tanden
En mijn hartje geraakte vol vuur

Refrein

Al komen er ook grijze haren
Met rimpels van zorgen misschien
Toch blijf ik zo fier als een tijger
Toch wil ik jou eenmaal nog zien
En klinkt straks het klokje van scheiden
Al moet ik straks kreupel ook gaan
Om waar ‘k ben geboren te sterven
In jouw fijne en fiere Jordaan

Refrein

13. ALS STERREN AAN DE HEMEL STAAN
Jij bent onvervangbaar
Mijn grootste geluk
Jij bent mij zo dierbaar
Mijn grootste geluk
Nee, ik kan jou niet missen
Geen minuut van de dag
Jij hoort hier in mijn leven
Jij hebt mij geluk gebracht

Refrein:
Als sterren aan de hemel staan
Dan sta ik weer even stil
Dan weet ik echt wat ik wil
Dat is alleen maar jou
Als sterren aan de hemel staan
Zijn woorden ineens zo koel
Dan telt alleen één gevoel
Dat ik veel van je hou

Ik heb vaak liggen dromen
Over een toekomst met jou
Nou ze zijn uitgekomen
Al die dromen van jou
Jij gaf mij al jouw liefde
Sloeg een arm om me heen
Eén ding weet ik echt zeker
Ik ben nooit meer alleen

Refrein

Wij tweeën samen is liefde tot in eeuwigheid
Want dat gevoel raak ik echt nooit meer kwijt

Refrein

14. HET DORP
Thuis heb ik nog een ansichtkaart
Waarop een kerk, een kar met paard
Een slagerij J. van der Ven
Een kroeg, een juffrouw op de fiets
‘t Zegt u hoogstwaarschijnlijk niets
Maar het is waar ik geboren ben
Dit dorp, ik weet nog hoe het was
De boerenkind'ren in de klas,
Een kar die ratelt op de keien
‘t Raadhuis met een pomp ervoor
Een zandweg tussen koren door
Het vee, de boerderijen

Refrein:
En langs het tuinpad van m’n vader
Zag ik de hoge bomen staan
Ik was een kind en wist niet beter
Dan dat ’t nooit voorbij zou gaan

Wat leefden ze eenvoudig toen
In simp'le huizen tussen groen
Met boerenbloemen en een heg
Maar blijkbaar leefden ze verkeerd
‘t Dorp is gemoderniseerd
En nou zijn ze op de goeie weg
Want ziet hoe rijk het leven is
Ze zien de televisiekwis
En wonen in betonnen dozen
Met flink veel glas, dan kun je zien
Hoe of het bankstel staat bij Mien
En d'r dressoir met plastic rozen

Refrein

De dorpsjeugd klit wat bij elkaar
In minirok en beatlehaar
En joelt wat mee met beatmuziek
Ik weet wel, ‘t is hun goeie recht
De nieuwe tijd, net wat u zegt
Maar het maakt me wat melancholiek
Ik heb hun vaders nog gekend
Ze kochten zoethout voor een cent
Ik zag hun moeders touwtje springen
Dat dorp van toen, het is voorbij
Dit is al wat er bleef voor mij
Een ansicht en herinneringen.

Refrein:
Toen ‘k langs het tuinpad van m'n vader
De hoge bomen nog zag staan
Ik was een kind, hoe kon ik weten
Dat dat voorgoed voorbij zou gaan

15. ’t KLEINE CAFÉ AAN DE HAVEN
De avondzon valt over straten en pleinen
De gouden zon zakt in de stad
En mensen die moe in hun huizen verdwijnen
Ze hebben de dag weer gehad
De neonreclame die knipoogt langs ramen
Het motregent zachtjes op straat
De stad lijkt gestorven, toch klinkt er muziek
Uit een deur die nog wijd open staat

Refrein:
Daar in dat kleine café aan de haven,
Daar zijn de mensen gelijk en tevree
Daar in dat kleine café aan de haven
daar telt je geld of wie je bent niet meer mee

De toog is van koper toch ligt er geen loper
De voetbalclub hangt aan de muur
De trekkast die maakt meer lawaai dan de jukebox
Een pilsje dat is er niet duur
Een mens is daar mens, rijk of arm, 't is daar warm
Geen monsieur of madam, maar wc.
Maar ‘t glas is gespoeld in het helderste water
Ja, 't is daar een heel goed café

Refrein

De wereldproblemen die zijn tussen
Twee glazen bier opgelost voor altijd
Op de rand van een bierviltje staat daar je rekening
Of je staat in het krijt
Het enige wat je aan eten kunt krijgen
Dat is daar een hardgekookt ei
De mensen die zijn daar gelukkig gewoon
Ja de mensen die zijn daar nog blij

Refrein

16. DE CLOWN
Hij was maar een clown, in 't wit en in 't rood
Hij was maar een clown, maar nu is hij dood
Hij lachte en sprong, in 't felgele licht
Maar onder die lach zat een droevig gezicht

Refrein:
De herinnering blijft, aan die clown met z'n lach
Hij heeft alles gegeven, tot de laatste dag
Niemand kende de pijn van zijn stille verdriet
Want er was op het einde niemand die hij verliet

Hij woonde alleen, in een wagen van hout
Hij was maar een clown en zo werd hij oud
Z'n hoed was te klein en z'n schoenen te groot
Hij was maar een clown, maar nu is hij dood

Refrein

Op een avond, hij viel, net als elke keer
Het publiek lachte luid, maar voor hem was het uit
Hij was maar een clown, in 't wit en 't rood
Hij was maar een clown, maar nu is hij dood

Refrein (2 x)

17. SPIEGELBEELD
Spiegelbeeld vertel eens even
Ben ik heus zo oud als jij?
Is het waar, ben ik veertig?
Is m’n jonge tijd voorbij?
'k Ben wel jong, maar ik ben toch niet zo jong
meer als ik was
'k Ging zo graag nog een keertje terug naar de klas

Spiegelbeeld, ik kan je haten
Want je geeft geen dag terug
Waarom gaan toch al die jaren
Als je jong bent zo vlug?
'k Ben wel jong maar er is toch al zoveel herinnering
Spiegelbeeld uit al die jaren vergeet ik geen ding

Spiegelbeeld, m'n eerste vriendje was een joch
zo oud als ik
'k Kreeg van hem m'n eerste zoentje
't Was een heerlijk ogenblik
'k Ben wel jong, maar dat zou ik nog zo graag
eens overdoen
Quick quick slow, de eerste dansles
wat was ik nog groen
'k Heb alleen nog wat foto's en die zeggen 't me weer
't Is voorbij, m'n eerste baljurk, die draag ik niet meer

18. KLEINE GREETJE UIT DE POLDER
Ik weet in de polder een huisje te staan
Verborgen door bloemen en struiken
Een slootje ervoor met een stoepje eraan
En vensters met roodwitte luiken
Daar ga 'k ieder jaar met vakantie naartoe
Ik voer daar de kippen en melk er de koe
Ik maai en ik zaai er zo'n beetje
En zoen in het klompenhok Greetje

Refrein:
Kleine Greetje uit de polder
Kind van 't lage land
Blond van haar en blauw van ogen
Geef mij toch je hand.
Kleine Greetje uit de polder
Zeg me nu eens gauw
Als het koren rijp is
Word je dan m’n vrouw ?

Want Greetje heeft mij al haar hartje beloofd
Maar eerst moet de tarwe gemaaid zijn
Toen vroeg ik haar weer, maar ze schudde haar hoofd
Nu moest eerst de rogge gezaaid zijn
Toen had ze geen tijd, want toen werd er gehooid
Toen moesten de piepers zo nodig gerooid.
Een koe werd mama, dus had Greetje
Geen tijd om te trouwen, dat weet je

Refrein

‘k Werd boos, kwaad en nijdig en ging naar haar toe
En zou haar eens duid’lijk bevelen
Dat hooien noch ‘t rooien noch ‘t lot van de koe
Nog langer een ziertje kon schelen
Ik kwam bij het slootje met sloepje eraan
En bleef op de brug vol verbijstering staan
Ik mocht niet naar binnen, want weet je
Er was mond- en klauwzeer bij Greetje

Refrein

19. RITME VAN DE REGEN
Zachtjes tikt de regen op mijn zolderraam
Ritme van de eenzaamheid
Die regen zegt: “we waren zo gelukkig saam”
Maar nu is dat verleden tijd
De regen valt bij stromen, 't is een trieste dag
Want je liet me staan, alleen
Ik ken nu de betekenis van tegenslag
Omdat je met mijn hart verdween
Kom, vertel me regen wat je doet
Zeg maak je 't tussen ons een beetje goed?
‘k Heb niks aan een ander
Want ik hou alleen maar van haar
De regen valt bij stromen, 't is een trieste dag
Want je liet me staan, alleen
Ik ken nu de betekenis van tegenslag
Omdat je met m’n hart verdween
Muzikaal intermezzo
Kom, vertel me regen wat ik voel
Maak haar hartje vurig want ze is zo koel
Vraag beste regen aan de zon
Hoe of je dat doet
Zachtjes tikt de regen op mijn zolderraam
't Ritme van de eenzaamheid
Die regen zegt: ‘’we waren zo gelukkig saam”
Maar nu is dat verleden tijd
O, luister naar die regenbui, pidder pedder, etc.
20. BLOEDRODE KRALEN
’t Snoertje met bloedrode kralen
Dat m’n grootmoe al droeg in haar jeugd
Zou urenlang kunnen verhalen
Over jaren van weemoed en vreugd
Ik kreeg het van haar
En kijk ik er naar
Dan zie ik een beeld uit die tijd
Dat snoertje met bloedrode kralen
Wil ik van m’n leven niet kwijt

SOLO (KOOR MEENEURIËN)

Op m’n zeventiende jaar
Kreeg ik dit geschenk van haar
En ik weet nog hoe ze zachtjes zei:
“Als je ’t draagt, denk aan mij”
Grootmoe is niet meer op aard
Maar van haar bleef iets bewaard
‘t Is ‘t mooiste souvenir voor mij
Hierdoor blijft zij me altijd bij

Dat snoertje met bloedrode kralen
Dat m’n grootmoe al droeg in haar jeugd
Zou urenlang kunnen verhalen
Over jaren van weemoed en vreugd
Ik kreeg het van haar
En kijk ik er naar
Dan zie ik een beeld uit die tijd
Dat snoertje met bloedrode kralen
Wil ik van m’n leven niet kwijt

21. PETER
Wie maakt dat ik niets meer lust
Wie verstoort mijn rust
Ja dat is Peter, ja dat is Peter
Waarom doe ik alles fout
Ben ik warm of koud
Dat komt door Peter, dat komt door Peter
Peter is mijn ideaal
Grijze trui en rode sjaal
Blauwe ogen, donker haar
Groot en knap en achttien jaar
Peter vindt de meisjes dom
Kijkt niet naar ze om
Want zo is Peter, want zo is Peter
Peter, Peter zie je niet
Dat ik ziek ben van verdriet
Peter, ik ben verliefd

Peter zit in de hoogste klas
Ik wou dat ik zo ver al was
Maar als hij dan eens naar mij keek
Was ik totaal van streek

Refrein
Peter is mijn ideaal
Grijze trui en rode sjaal
Blauwe ogen, donker haar
Groot en knap en achttien jaar
Peter vindt de meisjes dom
Kijkt niet naar ze om
Want zo is Peter, want zo is Peter
Peter, Peter zie je niet
Dat ik ziek ben van verdriet
Peter, ik ben verliefd

22. O JOHNNY ZING EEN LIEDJE VOOR MIJ
Ik heb je zo vaak horen zingen
Jouw stem hoor ik haast iedere dag
Maar een ding wou ik je nog vragen
Ik heb maar een wens als het mag

Oh Johnny zing een liedje voor mij alleen
Oh Johnny want voor mij ben je nummer een
Zing een lied met een lach en een traan
In je stem klinkt de hele Jordaan
Oh oh oh Johnny zing een liedje voor mij alleen
Oh Johnny zing het zacht voor je heen
Dan voel ik spontaan
Mijn hart open gaan
Oh Johnny voor onze Jordaan

Je zingt over jouw Westertoren
Die jij in gedachten ziet staan
Jouw stem is voor mij als een parel
De parel van onze Jordaan

Oh Johnny zing een liedje voor mij alleen
Oh Johnny want voor mij ben je nummer een
Zing een lied met een lach en een traan
In je stem klinkt de hele Jordaan
Oh oh oh Johnny zing een liedje voor mij alleen
Oh Johnny zing het zacht voor je heen
Dan voel ik spontaan
Mijn hart open gaan
Oh Johnny voor onze Jordaan

Dan voel ik spontaan
Mijn hart open gaan
Oh Johnny voor onze Jordaan

23. AAN DE AMSTERDAMSE GRACHTEN
Er staat een huis aan de gracht in oud Amsterdam
Waar ik als jochie van acht bij grootmoeder kwam
Nu zit een vreemde meneer in 't kamertje voor
En ook die heerlijke zolder werd tot kantoor

Alleen de bomen dromen
Hoog boven ’t verkeer
En aan ’t water gaat er
Een bootje, net als weleer

Refrein:
Aan de Amsterdamse grachten
Heb ik heel mijn hart voor altijd verpand
Amsterdam vult mijn gedachten
Als de mooiste stad in ons land
Al die Amsterdamse mensen
Al die lichtjes 's avonds laat op het Plein
Niemand kan zich beter wensen
Dan een Amsterdammer te zijn

‘k Heb veel gereisd en al vroeg de wereld gezien
En nimmer kreeg ik genoeg van ’t reizen nadien
Maar ergens bleef er een sterk verlang in mij
Naar Hollands kust en de stad aan Amstel en IJ

Waar oude bomen dromen
Hoog boven ’t verkeer
En over ’t water gaat er
Een bootje, net als weleer

Refrein

24. AAN HET STRAND STIL EN VERLATEN
Aan het strand stil en verlaten
Waar in ’t bronsgroen eikenhout
‘k Heb mijn wagen volgeladen
Zilverdraden tussen ’t goud
Zou het erg zijn lieve opa?
Dat we toffe jongens zijn
Snoertje met bloedrode kralen
Ja zo’n reisje langs de Rijn
Klonk de kreet: “Kom van dat dak af”
Vaderlief toe drink niet meer
Zie de maan schijnt door de bomen
Mag ik van u …. een lift meneer

Aan het strand stil en verlaten
Nachtenlang heb ik gewacht
Kleine Greetje uit de polder
Zet ’n kaars voor ’t raam vannacht
Als de klok van Arnemuiden
Tweemaal met mijn fietsbel belt
’s Avonds bij het licht der sterren
Pappie loop toch niet zo snel
Op de grote stille heide
‘k Voel me zo verdomd alleen
“t Zonnetje gaat van ons scheiden
Waar ging Berend Botje heen

Aan het strand stil en verlaten
Daar zat Sjakie van de Hoek
Achter in het stille klooster
Mien mijn feestneus die is zoek
Jantje zag eens pruimen hangen
In een groen, groen knollenland
Bij de muur van ’t ouwe kerkhof
Kameraden, hand in hand
En de uil zat in de olmen
Daar was laatst een meisje loos
Ik zwerf eenzaam door de straten
Nu jij voor die ander koos

25. De Noorderzon scheen
26. LA MAMMA
27. iNDISCHE MEDLEY
28. DAAR BIJ DE WATERKANT
29. EEN BEETJE VERLIEFD
30. HUILEN IS VOOR JOU TE LAAT
31. dANS NOG EENMAAL MET MIJ
32 KETELBINKIE
33. WEET JE NOG WEL, DIE AVOND IN DE REGEN?
34. ALS DE NACHT VERDWIJNT
35. WITTE ROZEN
36. OMDAT IK ZOVEEL VAN JE HOU
37. DE GLIMLACH VAN EEN KIND
38. DROMEN ZIN BEDROG
39.PASTRORALE
40. TOEN WAS GELUK HEEL GEWOON
41. WILDE ORCHIDEE
42. DROOMLAND
43.DIEP IN MIJN HART
44. POTPOURRI
45. HOE JE HEETTE, DAT BEN IK VERGETEN
46.. IK ZING DIT LIED ALLEEN VOOR JOU
47. ZUIDERZEEBALLADE
48. ZING, VECHT, HUIL, BID, LACH, WERK EN BEWONDER
49. OPP EEN MOOIE PINKSTERDAG
50. NIEMAND LAAT ZIN EIGEN KIND ALLEEN