Repertoire

Inhoudsopgave repertoire
1. Mooie stad aan de Schie
2. Als de Klok van Arnemuiden
3. Roosje m’n roosje
4. Ach Vaderlief
5. Margrietje
6. Tulpen uit Amsterdam
7. ’t Broekie van Jantje
8. Ik hou van Holland
9. Daar bij die Molen
10. Johnny
11. Me wiegie was
12. Aan de voet van die mooie Wester
13. Als sterren aan de hemel staan|
14. Het dorp
15. ’t Kleine café aan de haven
16. De clown
17. Spiegelbeeld
18. Kleine Greetje uit de polder
19. Ritme van de regen
20. Bloedrode kralen
21. Peter (Sweet Sixteen)
22. O Johnny zing een liedje voor mij alleen
23. Aan de Amsterdamse grachten
24 Aan het strand stil en verlaten
25. De Noorderzon scheen
26. La Mamma
27. Indische Medley
28. Daar bij de waterkant
29. Een beetje verliefd
30. Huilen is voor jou te laat
31. Dans nog eenmaal met mij
32. Ketelbinkie
33. Weet je nog wel, die avond in de regen
34. Als de nacht verdwijnt
35. Witte rozen
36. Omdat ik zoveel van je hou
37. De glimlach van een kind
38. Dromen zijn bedrog
39. Pastorale
40. Toen was geluk heel gewoon
41. Wilde orchidee
42. Droomland
43. Diep in mijn hart
44. Potpourri
45. Hoe je heette dat ben ik vergeten
46. Ik zing dit lied voor jou alleen
47. Zuiderzeeballade
48. Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder
49. Op een mooie Pinksterdag
50. Niemand laat zijn eigen kind alleen
1. MOOIE STAD AAN DE SCHIE
Ga ik door jouw oude straten
De grachten of Agathaplein
Dan loop ik weer te genieten
Van de dingen die er zijn
Zie ik daar de Oude Jan staan
Door de jaren scheef gezakt
Dan ben ik daar nog heel trots op
Op die fijne binnenstad

Refrein:
Mooie stad aan de Schie
Wanneer ik jou weer zie
Gaat mij hart wat sneller slaan
Stad van de prinsen en het Delfts blauw
Wie jou gezien heeft vergeet dan niet gauw
Jij bent een juweel, zo zijn er niet veel
Mijn Delft, mooie stad aan de Schie

Op het marktplein staat te pronken
De Nieuwe kerk zo hoog en slank
Klokken spelen een leuk wijsje
Zingen met kristallen klank
Even verder een terrasje
Op die mooie Beestenmarkt
En dan drink ik daar een pilsje
Op die fijne binnenstad

Refrein

Accordeon ------? koor: la la la
Jij bent een juweel, zo zijn er niet veel
Mijn Delft, mooie stad aan de Schie

2.TULPEN UIT AMSTERDAM
Als de lente komt, dan stuur ik jou
Tulpen uit Amsterdam
Als de lente komt, pluk ik voor jou
Tulpen uit Amsterdam
Als ik wederkom, dan breng ik jou
Tulpen uit Amsterdam
Duizend gele, duizend rooie
Wensen jou het allermooiste!
Wat mijn mond niet zeggen kan
Zeggen tulpen uit Amsterdam

Jan uit de polder zei: “Antje”
Ach kind, ik mag je zo graag!
Hoe moet dat nou, liefste Antje?
Morgen ga ik naar Den Haag!
En bij de oeroude molen
Klonk onder ’n hemel zo blauw
Ik heb je zo lief en jij hebt mij lief
Ach Antje, ‘k blijf jou altijd trouw!

Als de lente, komt …………………….

3. ROOSJE M’N ROOSJE
Hij vergeet nooit die eerste ontmoeting
En hij weet nog precies wat ze zei
Hij vergeet nooit toen zij in z’n armen
Voor ’t eerst zei “de liefste ben jij”
Hij vergeet nooit die nacht na de trouwdag
Haar grapjes, haar ernst en haar trouw
En hij weet nog precies hoe ze lachte
Toen hij zei “k maak een liedje voor jou”

Refrein:
Ik geef je een roosje m’n Roosje
Ik geef je een roos elke dag
En ik hou van jou, tot de wei zonder dauw
En de echo niet lacht om een lach

Ik zag ze zo vaak in ons straatje
Een oud heel tevreden lief paar
Als het strand bij de zee waren zij met z’n twee
Want ze hielden zoveel van elkaar
Ieder kind wist, van hem kreeg je dropjes
En zij gaf de kleinste een zoen
Ze schuifelden saam naar het hoekje
En hij zong z’n liedje van toen

Refrein

Nu loopt hij alleen door ’t straatje
En staat stil bij de dropjesdrogist
Hij koop daar wat snoep voor een kleintje
Dat niet weet dat hij oma zo mist
Dan plukt hij een roos uit een tuintje
Dat mag want men kent zijn verdriet
Dan zet hij die bloem bij haar steentje
En zingt dan heel zachtjes haar lied

Ik geef je een roosje m’n Roosje
Ik geef je een roos elke dag
Geen uur gaat voorbij of je bent dicht bij mij
Ik kom nu heel gauw als het mag

4.IK HOU VAN HOLLAND
Holland, met je koetjes en je weiden
Ik mag jou zo gaarne lijden
Met je molens aan de vliet
Holland, al trek ik naar vreemde stranden
En doorkruis ik alle landen
Jou vergeten doe ik niet

Refrein:
Ik hou van Holland
Landje aan de Zuiderzee
Een stukje Holland
Draag ik in m'n hart steeds mee
Daar waar die molens draaien
In hun forse kracht
En waar de bollen bloeien
In hun schoonste pracht
Ik hou van Holland
Met je bossen en je hei
Jouw blonde duinen in een bonte rij
Op heel deez’ grote aard
Al ben ‘k van huis en haard
Is ’t kleine Holland
Mij het meeste waard !

Holland, wat een schoonheid hij kan schenken
Is geen plekje te bedenken
Waar ‘k het ooit zo heerlijk vond
Denk ik aan je mooie zee en stranden
Blijf ik hou mijn hart verpanden
Al ga ik de wereld rond

Refrein:

5. AAN DE VOET VAN DIE MOOIE WESTER
Ik ben er als kindje geboren
Ik heb er gestoeid en gespeeld
Ik heb er mijn hartje verloren
Ik heb er veel leed mee gedeeld
Maar waar ik ook kom op de aarde
Al is het hier ver ook vandaan
Daar zal ik ze van je vertellen
Van die mooie, de fijne Jordaan

Refrein:
Aan de voet van die mooie Wester
Heb ik vaak in gedachten gestaan
Ik heb er dikwijls staan te dromen
Van die mooie, die fijne Jordaan

Ik droom van de bruggen en grachten
De g’raniums edel van kleur
De porder in de donkere nachten
De schilleman jofel van geur
Ik hoor ze nog schreeuwen die knapen:
Van mosselen fijn in ’t zuur
’t Water dat loopt langs m’n tanden
En mijn hartje geraakte vol vuur

Refrein

Al komen er ook grijze haren
Met rimpels van zorgen misschien
Toch blijf ik zo fier als een tijger
Toch wil ik jou eenmaal nog zien
En klinkt straks het klokje van scheiden
Al moet ik straks kreupel ook gaan
Om waar ‘k ben geboren te sterven
In jouw fijne en fiere Jordaan

Refrein

6. ALS STERREN AAN DE HEMEL STAAN
Jij bent onvervangbaar
Mijn grootste geluk
Jij bent mij zo dierbaar
Mijn grootste geluk
Nee, ik kan jou niet missen
Geen minuut van de dag
Jij hoort hier in mijn leven
Jij hebt mij geluk gebracht

Refrein:
Als sterren aan de hemel staan
Dan sta ik weer even stil
Dan weet ik echt wat ik wil
Dat is alleen maar jou
Als sterren aan de hemel staan
Zijn woorden ineens zo koel
Dan telt alleen één gevoel
Dat ik veel van je hou

Ik heb vaak liggen dromen
Over een toekomst met jou
Nou ze zijn uitgekomen
Al die dromen van jou
Jij gaf mij al jouw liefde
Sloeg een arm om me heen
Eén ding weet ik echt zeker
Ik ben nooit meer alleen

Refrein

Wij tweeën samen is liefde tot in eeuwigheid
Want dat gevoel raak ik echt nooit meer kwijt

Refrein

7. HET DORP
Thuis heb ik nog een ansichtkaart
Waarop een kerk, een kar met paard
Een slagerij J. van der Ven
Een kroeg, een juffrouw op de fiets
‘t Zegt u hoogstwaarschijnlijk niets
Maar het is waar ik geboren ben
Dit dorp, ik weet nog hoe het was
De boerenkind'ren in de klas,
Een kar die ratelt op de keien
‘t Raadhuis met een pomp ervoor
Een zandweg tussen koren door
Het vee, de boerderijen

Refrein:
En langs het tuinpad van m’n vader
Zag ik de hoge bomen staan
Ik was een kind en wist niet beter
Dan dat ’t nooit voorbij zou gaan

Wat leefden ze eenvoudig toen
In simp'le huizen tussen groen
Met boerenbloemen en een heg
Maar blijkbaar leefden ze verkeerd
‘t Dorp is gemoderniseerd
En nou zijn ze op de goeie weg
Want ziet hoe rijk het leven is
Ze zien de televisiekwis
En wonen in betonnen dozen
Met flink veel glas, dan kun je zien
Hoe of het bankstel staat bij Mien
En d'r dressoir met plastic rozen

Refrein

De dorpsjeugd klit wat bij elkaar
In minirok en beatlehaar
En joelt wat mee met beatmuziek
Ik weet wel, ‘t is hun goeie recht
De nieuwe tijd, net wat u zegt
Maar het maakt me wat melancholiek
Ik heb hun vaders nog gekend
Ze kochten zoethout voor een cent
Ik zag hun moeders touwtje springen
Dat dorp van toen, het is voorbij
Dit is al wat er bleef voor mij
Een ansicht en herinneringen.

Refrein:
Toen ‘k langs het tuinpad van m'n vader
De hoge bomen nog zag staan
Ik was een kind, hoe kon ik weten
Dat dat voorgoed voorbij zou gaan

8. ’t KLEINE CAFÉ AAN DE HAVEN
De avondzon valt over straten en pleinen
De gouden zon zakt in de stad
En mensen die moe in hun huizen verdwijnen
Ze hebben de dag weer gehad
De neonreclame die knipoogt langs ramen
Het motregent zachtjes op straat
De stad lijkt gestorven, toch klinkt er muziek
Uit een deur die nog wijd open staat

Refrein:
Daar in dat kleine café aan de haven,
Daar zijn de mensen gelijk en tevree
Daar in dat kleine café aan de haven
daar telt je geld of wie je bent niet meer mee

De toog is van koper toch ligt er geen loper
De voetbalclub hangt aan de muur
De trekkast die maakt meer lawaai dan de jukebox
Een pilsje dat is er niet duur
Een mens is daar mens, rijk of arm, 't is daar warm
Geen monsieur of madam, maar wc.
Maar ‘t glas is gespoeld in het helderste water
Ja, 't is daar een heel goed café

Refrein

De wereldproblemen die zijn tussen
Twee glazen bier opgelost voor altijd
Op de rand van een bierviltje staat daar je rekening
Of je staat in het krijt
Het enige wat je aan eten kunt krijgen
Dat is daar een hardgekookt ei
De mensen die zijn daar gelukkig gewoon
Ja de mensen die zijn daar nog blij

Refrein

9. DE CLOWN
Hij was maar een clown, in 't wit en in 't rood
Hij was maar een clown, maar nu is hij dood
Hij lachte en sprong, in 't felgele licht
Maar onder die lach zat een droevig gezicht

Refrein:
De herinnering blijft, aan die clown met z'n lach
Hij heeft alles gegeven, tot de laatste dag
Niemand kende de pijn van zijn stille verdriet
Want er was op het einde niemand die hij verliet

Hij woonde alleen, in een wagen van hout
Hij was maar een clown en zo werd hij oud
Z'n hoed was te klein en z'n schoenen te groot
Hij was maar een clown, maar nu is hij dood

Refrein

Op een avond, hij viel, net als elke keer
Het publiek lachte luid, maar voor hem was het uit
Hij was maar een clown, in 't wit en 't rood
Hij was maar een clown, maar nu is hij dood

Refrein (2 x)

10. RITME VAN DE REGEN
Zachtjes tikt de regen op mijn zolderraam
Ritme van de eenzaamheid
Die regen zegt: “we waren zo gelukkig saam”
Maar nu is dat verleden tijd
De regen valt bij stromen, 't is een trieste dag
Want je liet me staan, alleen
Ik ken nu de betekenis van tegenslag
Omdat je met mijn hart verdween
Kom, vertel me regen wat je doet
Zeg maak je 't tussen ons een beetje goed?
‘k Heb niks aan een ander
Want ik hou alleen maar van haar
De regen valt bij stromen, 't is een trieste dag
Want je liet me staan, alleen
Ik ken nu de betekenis van tegenslag
Omdat je met m’n hart verdween
Muzikaal intermezzo
Kom, vertel me regen wat ik voel
Maak haar hartje vurig want ze is zo koel
Vraag beste regen aan de zon
Hoe of je dat doet
Zachtjes tikt de regen op mijn zolderraam
't Ritme van de eenzaamheid
Die regen zegt: ‘’we waren zo gelukkig saam”
Maar nu is dat verleden tijd
O, luister naar die regenbui, pidder pedder, etc.
11. BLOEDRODE KRALEN
’t Snoertje met bloedrode kralen
Dat m’n grootmoe al droeg in haar jeugd
Zou urenlang kunnen verhalen
Over jaren van weemoed en vreugd
Ik kreeg het van haar
En kijk ik er naar
Dan zie ik een beeld uit die tijd
Dat snoertje met bloedrode kralen
Wil ik van m’n leven niet kwijt

SOLO (KOOR MEENEURIËN)

Op m’n zeventiende jaar
Kreeg ik dit geschenk van haar
En ik weet nog hoe ze zachtjes zei:
“Als je ’t draagt, denk aan mij”
Grootmoe is niet meer op aard
Maar van haar bleef iets bewaard
‘t Is ‘t mooiste souvenir voor mij
Hierdoor blijft zij me altijd bij

Dat snoertje met bloedrode kralen
Dat m’n grootmoe al droeg in haar jeugd
Zou urenlang kunnen verhalen
Over jaren van weemoed en vreugd
Ik kreeg het van haar
En kijk ik er naar
Dan zie ik een beeld uit die tijd
Dat snoertje met bloedrode kralen
Wil ik van m’n leven niet kwijt

12. PETER
Wie maakt dat ik niets meer lust
Wie verstoort mijn rust
Ja dat is Peter, ja dat is Peter
Waarom doe ik alles fout
Ben ik warm of koud
Dat komt door Peter, dat komt door Peter
Peter is mijn ideaal
Grijze trui en rode sjaal
Blauwe ogen, donker haar
Groot en knap en achttien jaar
Peter vindt de meisjes dom
Kijkt niet naar ze om
Want zo is Peter, want zo is Peter
Peter, Peter zie je niet
Dat ik ziek ben van verdriet
Peter, ik ben verliefd

Peter zit in de hoogste klas
Ik wou dat ik zo ver al was
Maar als hij dan eens naar mij keek
Was ik totaal van streek

Refrein
Peter is mijn ideaal
Grijze trui en rode sjaal
Blauwe ogen, donker haar
Groot en knap en achttien jaar
Peter vindt de meisjes dom
Kijkt niet naar ze om
Want zo is Peter, want zo is Peter
Peter, Peter zie je niet
Dat ik ziek ben van verdriet
Peter, ik ben verliefd

13. O JOHNNY ZING EEN LIEDJE VOOR MIJ
Ik heb je zo vaak horen zingen
Jouw stem hoor ik haast iedere dag
Maar een ding wou ik je nog vragen
Ik heb maar een wens als het mag

Oh Johnny zing een liedje voor mij alleen
Oh Johnny want voor mij ben je nummer een
Zing een lied met een lach en een traan
In je stem klinkt de hele Jordaan
Oh oh oh Johnny zing een liedje voor mij alleen
Oh Johnny zing het zacht voor je heen
Dan voel ik spontaan
Mijn hart open gaan
Oh Johnny voor onze Jordaan

Je zingt over jouw Westertoren
Die jij in gedachten ziet staan
Jouw stem is voor mij als een parel
De parel van onze Jordaan

Oh Johnny zing een liedje voor mij alleen
Oh Johnny want voor mij ben je nummer een
Zing een lied met een lach en een traan
In je stem klinkt de hele Jordaan
Oh oh oh Johnny zing een liedje voor mij alleen
Oh Johnny zing het zacht voor je heen
Dan voel ik spontaan
Mijn hart open gaan
Oh Johnny voor onze Jordaan

Dan voel ik spontaan
Mijn hart open gaan
Oh Johnny voor onze Jordaan

14. AAN DE AMSTERDAMSE GRACHTEN
Er staat een huis aan de gracht in oud Amsterdam
Waar ik als jochie van acht bij grootmoeder kwam
Nu zit een vreemde meneer in 't kamertje voor
En ook die heerlijke zolder werd tot kantoor

Alleen de bomen dromen
Hoog boven ’t verkeer
En aan ’t water gaat er
Een bootje, net als weleer

Refrein:
Aan de Amsterdamse grachten
Heb ik heel mijn hart voor altijd verpand
Amsterdam vult mijn gedachten
Als de mooiste stad in ons land
Al die Amsterdamse mensen
Al die lichtjes 's avonds laat op het Plein
Niemand kan zich beter wensen
Dan een Amsterdammer te zijn

‘k Heb veel gereisd en al vroeg de wereld gezien
En nimmer kreeg ik genoeg van ’t reizen nadien
Maar ergens bleef er een sterk verlang in mij
Naar Hollands kust en de stad aan Amstel en IJ

Waar oude bomen dromen
Hoog boven ’t verkeer
En over ’t water gaat er
Een bootje, net als weleer

Refrein

15. De Noorderzon scheen
Toen hij de deur dicht deed
met het paspoort in zijn jas
had zij totaal geen weet
en stond de snelkookpan op 't gas
ze zouden zo gaan eten
de vier placemats lagen klaar
daar stonden oude auto's op
maar hij droeg halflang haar
ze hadden het zo goed
ze hoefden niets te laten staan
hij deed iets in computers
dus dat was een prima baan
plus twee gezonde kinderen
en financieel nooit klem
hun dochter leek zo leuk op haar
het jongetje op hem

(refr.)
Maar hij verdween
nergens heen
't was op een maandag
toen hij verdween
nergens heen
de noorderzon scheen

Hij kreeg die drang wel vaker
en dan hij ging hij onder het mom
van even met de hond uit
soms wel negen straatjes om
wanneer hij nuchter thuis kwam
dan lag zij alvast in bed
ze vreeí«n zich tevreden
of hij nam een slaaptablet
maar deze maandag hing er iets
meeslepends in de lucht
het kroop bij hem naar binnen
en het joeg hem op de vlucht
voor het geluk en voor de zekerheid
en voor een oude dag
hij wou een ander leven
dat niet uitgestippeld lag

refr.)

De hele weg naar Schiphol
had hij ogen in zijn rug
die negen jaren huwelijk
hij keek er vreemd op terug
hij was al gauw veranderd
en die ander zou wel zien
of ijsland of in canada
hij had een milles of tien
hij voelde zich zo'n twintig,
nu opnieuw alleen van huis
de plastic beker koffie smaakte
half zo goed als thuis
en hij vond een wollen wantje
van zijn zoontje in zijn zak
toen scheelde het even weinig
of hij huilde en hij brak

(refr.)

16. LA MAMMA
17. iNDISCHE MEDLEY
18. DAAR BIJ DE WATERKANT
Ik heb je voor het eerst ontmoet
Daar bij de waterkant, daar bij de waterkant, daar bij de waterkant
Ik heb je voor het eerst ontmoet
Daar bij de waterkant, daar bij de waterkant

Ik vroeg of jij me kussen wou
Daar bij de waterkant, daar bij de waterkant, daar bij de waterkant
Ik vroeg of jij me kussen wou
Daar bij de waterkant, daar bij de waterkant

Je kreeg een kleurtje en zei: nee
Hoe komt u op ’t idee
U bent beslist abuis
Maar na verloop van nog geen jaar
Werden wij een paar
Stonden wij samen op de stoep van het stadhuis

Ik heb je voor het eerst ontmoet
Daar bij de waterkant, daar bij de waterkant, daar bij de waterkant
Ik heb je voor het eerst ontmoet
Daar bij de waterkant, daarbij de waterkant


Ik vroeg of jij me kussen wou
Daar bij de waterkant, daar bij de waterkant, daar bij de waterkant
Ik vroeg of jij me kussen wou
Daar bij de waterkant, daar bij de waterkant

Je kreeg een kleurtje en zei: nee
Hoe komt u op ’t idee
U bent beslist abuis
Maar na verloop van nog geen jaar
Werden wij een paar
Stonden wij samen op de stoep van het stadhuis

Ik heb je voor het eerst ontmoet
Daar bij de waterkant, daar bij de waterkant, daar bij de waterkant
Ik heb je voor het eerst ontmoet
Daar bij de waterkant, daarbij de waterkant
Daar bij de waterkant
Daar bij de waterkant
Daar bij de waterkant…

19. HUILEN IS VOOR JOU TE LAAT
Huilen is voor jou te laat, ik kom niet meer
Wacht maar niet op mij, het is de laatste keer
Dat je mij bedrogen hebt, het is te laat
Want mijn liefde voor jou dat is nu toch enkel haat

Alles wat ik had gaf ik aan jou alleen
Maar je ging toch steeds weer naar die andere heen
Nooit kom ik nog terug bij jou zoals weleer
Huilen is nu voor jou te laat, nee, ik kom niet meer


Ik hoop dat jij gelukkig met die ander bent
Ik heb die mooie uren ook met jou gekend
Maar eens dan komt de dag voor haar net als voor mij
Want wat jij liefde noemt dat gaat ineens voorbij


Alles wat ik had gaf ik aan jou alleen
Maar je ging toch steeds weer naar die andere heen
Nooit kom ik nog terug bij jou zoals weleer
Huilen is nu voor jou te laat, nee, ik kom niet meer
Huilen is nu voor jou te laat, nee, ik kom niet meer

20. DANS NOG EENMAAL MET MIJ
Iedere dans
Is een kans, dat ik vraag
Zeg, wil je niet graag altijd bij me zijn
Want je weet
Ik vergeet nooit de dag waarop ik je zag in de maneschijn
Maar ik denk altijd weer aan wat jij die avond
Zachtjes tot me zei
Oh darling, dans nog eenmaal met mij
Iedere keer
Zie ik weer, hoe je zacht
Een ander toelacht als hij danst met jou
En ik weet
Dat is 't mooiste moment dat 'k heb gekend toen 'k je kussen wou
Maar ik denk altijd weer aan wat jij die avond
Zachtjes tot me zei
Oh darling, dans nog eenmaal met mij
Want ik kan niet leven zonder jou
Sla je arm dus om me heen
Omdat ik toch alleen van jou maar hou
Ik voel me zo alleen
Solo
Want ik kan niet leven zonder jou
Sla je arm dus om me heen
Omdat ik toch alleen van jou maar hou
Ik voel me zo alleen
En ik denk altijd weer aan wat jij die avond
Zachtjes tot me zei
So darling, save the last dance for me
So darling, save the last dance for me
So darling, save the last dance for me...
21. KETELBINKIE
Toen wij van Rotterdam vertrokken
Met de 'Edam', een ouwe schuit
Met kakkerlakke in de midscheeps
En rattennesten in het vooruit

Toen hadde wij een kleine jonge
Als ketelbink bij ons an boord
Die voor de eerste keer naar zee ging
En nooit van haaien had gehoord

Die van z'n moeder an de kade
Wat schuchter lachend afscheid nam
Omdat ie haar niet durfde zoene
Die straatjongen uit Rotterdam

Hij werd gescholden door de stokers
Omdat ie van den eerste dag
Toen we maar net de pier uit waren
al zeeziek in het Voxhol lag

En met jenever en citroenen
Werd hij weer op de been gebracht
Want zieke zeelui zijn nadelig
En brengen schade aan de vracht

Als 'ie dan sjouwend met ze ketels
Van de kombuis naar voren kwam
Dan was het net een brokkie wanhoop
Die straatjongen uit Rotterdam

Wanneer ie 's avonds in ze kooi lag
En na z'n sjouwen eindelijk sliep
Dan schold de man die wacht te kooi had
Omdat ie om z'n moeder riep

Toen is ie op een mooie morgen
't Was in den Stille Oceaan
Terwijl ze brulden om hun koffie
Niet van z'n kooigoed opgestaan

En toen de stuurman met kinine
En wonderolie bij hem kwam
Vroegt 'ie een voorschot op ze gage
Voor 't ouwe mens in Rotterdam

In zeildoek en met roosterbaren
Werd hij dien dag op het luik gezet
De kapitein lichtte z'n petje
En sprak met grogstem een gebed

En met een een,twee, drie in Godsnaam
ging het ketelbinkie overboord
Die het ouwetje niet dorst te zoenen
Omdat dat niet bij zeelui hoort

De man een extra mokkie schoot an
En het ouwe mens een tellegram
Dat was het einde van een zeeman
Die straatjongen uit Rotterdam

22.WEET JE NOG WEL, DIE AVOND IN DE REGEN?
Jij stond op een tram te wachten
k Zag je in de verte staan
Toen keek ik je aan, je lachte
Samen zijn we voortgegaan

Weet je nog wel
Die avond in de regen
't Was al over negen
En we liepen heel verlegen
Samen Onder moeders paraplu
Weet je nog wel
Hoe jij daar stond te wachten
Vanaf kwart voor achten
Hoe we beiden vrolijk lachten
Samen Onder moeders paraplu

Je wangen waren nat
En je haar was nat
We trapten samen in een plas
Je merkte het niet eens
Omdat dat moment
Het mooiste van je leven was

En terwijl wij plannen maakten
Kuste ik je keer op keer
Toen we uit de droom ontwaakten
Regende 't allang niet meer

Weet je nog wel
Die avond in de regen
't Was al over negen
En we liepen heel verlegen
Samen Onder moeders paraplu
Weet je nog wel
Hoe jij daar stond te wachten
Vanaf kwart voor achten
Hoe we beiden vrolijk lachten
Samen Onder moeders paraplu
Je wangen waren nat
En je haar was nat
We trapten samen in een plas
Je merkte het niet eens
Omdat dat moment
Het mooiste van je leven was

Weet je nog wel
Die avond in de regen
Hoe we beiden zwegen
Heel verliefd en heel verlegen
Samen Onder moeders paraplu
Onder moeders paraplu

23. ALS DE NACHT VERDWIJNT
24. OMDAT IK ZOVEEL VAN JE HOU
25. DE GLIMLACH VAN EEN KIND
26. TOEN WAS GELUK HEEL GEWOON
27. WILDE ORCHIDEE
28. DROOMLAND
29. DIEP IN MIJN HART
30. POTPOURRI
31. HOE JE HEETTE, DAT BEN IK VERGETEN
32. ZING, VECHT, HUIL, BID, LACH, WERK EN BEWONDER
33. OP EEN MOOIE PINKSTERDAG
34. WE ZULLEN DOORGAAN